“Hoe staat het met de Universitaire Gemeenschap?” (2024)

Blog: Dorsman doet een boekje open

“Hoe staat het met de Universitaire Gemeenschap?” (1)

Hoewel het idee van de universiteit als gemeenschap op dit moment wat verder naar de horizon is geschoven, behoort het tot de basisprincipes van de instelling. Maar net als bij een democratie: je krijgt het niet zomaar en het vergt onderhoud.

Zorg dragen voor elkaar

De middeleeuwse term om een universiteit aan te duiden was universitas magistrorum et scholarium: de gemeenschap van docenten en studenten. Letterlijk betekent universitas ‘gilde’ en het principe van een gilde was dat de leden daarvan werden opgeleid en zorg droegen voor elkaar.

Dat idee van een gemeenschap – en vooral ook de behoefte daaraan – is zelden zo sterk en zo uitgesproken geweest als in de tien jaren na de Tweede Wereldoorlog. Dat is natuurlijk logisch. De universiteit was verscheurd uit de oorlog gekomen. Er werden zuiveringscommissies ingesteld en straffen uitgedeeld. De studenten voelden zich nogal in de steek gelaten door hun docenten en weinig gesteund in moeilijke omstandigheden.

Samen minder ontvankelijk voor extreem politiek gedachtegoed

De oplossing werd gevonden in wat werd omschreven als de civitas academica, de academische gemeenschap. Dat streven naar gemeenschap steunde op verschillende gedachten, er zat bijvoorbeeld ook een politiek tintje aan.

Door samen op te trekken, zo was de gedachte, zouden studenten minder ontvankelijk worden voor extreme politieke keuzes en minder gevoelig voor totalitair gedachtegoed als het fascisme en het communisme. Om dat te bereiken moesten studenten niet klaargestoomd worden als nauwe vakspecialist, maar juist met een brede blik de wereld ingestuurd worden.

Wally van Lanschot kwam erachter dat er een hele groep verloren rondliep, psychische problemen had en nauwelijks meer studeerde.

Te druk voor het Studium Generale

Het instrument dat daarvoor werd bedacht was het Studium Generale. Studenten uit de natuurwetenschappen en de geneeskunde zouden dan wat colleges moeten volgen bij de rechten en de geesteswetenschappen en andersom zouden bijvoorbeeld theologen en letterenstudenten iets over de beginselen van de natuurwetenschappen bijgebracht moeten worden.

Er werd een heel programma opgetuigd, dat al snel onuitvoerbaar bleek omdat het gevolgen had voor het curriculum. Professor X meldde dat hij het heel belangrijk vond, maar toevallig paste het niet in zijn collegereeks. Professor Y dacht dat het misschien beter was als een collega wat uren inleverde, omdat zijn eigen vak nu juist een sleutelvak was, waar geen uur vanaf kon. En de studenten zelf bleken ook niet altijd te staan springen omdat ze al zo’n vol studieprogramma hadden.

“Hoe staat het met de Universitaire Gemeenschap?” (2)

Idee van een breed studieprogramma leeft voort

Uiteindelijk stierf het Studium Generale als officieel onderdeel van het universitaire curriculum aan het eind van de jaren vijftig een stille dood. In zijn overdrachtsrede als rector vroeg de psychiater H.C. Rümke in 1954: “Hoe staat het met de Universitaire Gemeenschap?” Hij moest bekennen dat het Studium Generale “het stadium van experimenteren nog niet te boven” was.

Wel bleef het bestaan als een facultatief avondprogramma met lezingen en culturele activiteiten dat tot op de dag van vandaag een nuttige functie vervult. En iets van de gedachte van het brede studieprogramma is in de jaren tachtig teruggekomen in bijvoorbeeld de opleidingen Algemene Letteren en Algemene Sociale Wetenschappen. Later werd het palet nog verbreed met Liberal Arts and Sciences en het University College.

‘Tante Wally’ en de baby’tjes

Het idee van een civitas academica omvatte meer dan alleen het Studium Generale. Er ontstond voor het eerst ook een serieuze zorg vanuit de universiteit om het studentenwelzijn. In 1951 was zelfs iemand aangesteld om te kijken wat er nodig was.

Deze Wally van Lanschot werd al heel snel door de studenten gevonden en werd bekend onder de wat oubollige, maar tegelijk ook liefkozende naam van “Tante Wally”. Er waren altijd wel individuele hoogleraren geweest die zich bekommerden om hun studenten, maar zij kwam erachter dat er een hele groep verloren rondliep, psychische problemen had en nauwelijks meer studeerde. Dat ging zelfs zo ver dat zij geconfronteerd werd met “de baby’tjes. De pil kwam pas in 1960 en ik heb hier dus tien jaar pil-loos gezeten”, zei ze later in een interview.

“Hoe staat het met de Universitaire Gemeenschap?” (3)

Studentenwelzijn kreeg serieus vorm

Als gevolg van haar bevindingen kwamen er ook een Stichting Studentenhuisvesting en een Bureau Studentenbelangen van de grond en ontstond er een georganiseerde universitaire gezondheidszorg. Bij Studentenbelangen meldden zich in het studiejaar 1957-1958 al 2000 studenten met vragen over financiën, militaire dienst en dat soort zaken.

De kroon op dit alles was een heus Universiteitshuis op het Lepelenburg, waar al deze diensten een plaats vond, inclusief een studenten uitzendbureau. En waar ook een mensa was gevestigd. Ik heb daar nog wel eens gegeten: een paar gulden voor een maaltijd. Dat was geen geld, al betekende dat wel dat de smaak van de boontjes van maandag wel heel erg leek op de bloemkool van donderdag. Maar je had wel het gevoel dat je ergens bij hoorde.

Dorsman doet een boekje open

Van de duizenden mensen die bij de Universiteit Utrecht werken en studeren, weten steeds minder iets over de geschiedenis van deze instelling. Dat kan beter.Leen Dorsmanwas tot 1 augustus 2022 hoogleraar Universiteitsgeschiedenis. Op UU.nl vertelt hij maandelijks iets wat je wilt of moet weten over de lange geschiedenis van de universiteit.

“Hoe staat het met de Universitaire Gemeenschap?” (2024)
Top Articles
Latest Posts
Article information

Author: Melvina Ondricka

Last Updated:

Views: 5800

Rating: 4.8 / 5 (48 voted)

Reviews: 87% of readers found this page helpful

Author information

Name: Melvina Ondricka

Birthday: 2000-12-23

Address: Suite 382 139 Shaniqua Locks, Paulaborough, UT 90498

Phone: +636383657021

Job: Dynamic Government Specialist

Hobby: Kite flying, Watching movies, Knitting, Model building, Reading, Wood carving, Paintball

Introduction: My name is Melvina Ondricka, I am a helpful, fancy, friendly, innocent, outstanding, courageous, thoughtful person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.